Speeltuin

by Hugo Trentelman | 26 June 2019

schommel
share article on facebook email article print article

In de speeltuin, waar mijn dochtertje aan het spelen is, komt een moslimman gekleed in een djellaba naast mij zitten. Ongewild versnelt mijn ademhaling. Mijn hart klopt in mijn keel. Onvrijwillige gedachten doen de adrenaline door mijn aderen gieren. 'Heeft hij een bomgordel? Nee, natuurlijk niet. Doe niet zo raar. Een Kalasjnikov misschien? Zie ik iets onder die jurk?.' Net als ik op wil staan hoor ik de man zijn telefoon opnemen met de woorden: 'hoes 't met oe?'. Deze man in djellaba spreekt met een Achterhoeks accent. Mijn angst direct vervangen door schaamte. Hoe kon ik dit denken?

Op vakantie met mijn ouders was het vaste prik. Bij ieder bloemenwinkeltje werd steevast gestopt. Mijn ouders gingen binnenkijken; wij bleven verveeld achter. Een vorm van beroepsdeformatie. Bij veel beroepen komt dit fenomeen in meer of mindere mate voor. De tandarts die tijdens het tienminutengesprek onbewust het gebit van de juf beoordeelt, de huisschilder die op kraamvisite eerst het schilderwerk bekijkt en de gynaecoloog die, nou ja u begrijpt het idee. Kenmerkend is de blikvernauwing. Het is alsof we de wereld door een lens bekijken. Het onderwerp van ons beroep krijgt een disproportioneel grote plek in ons wereldbeeld.

Nu is het ene beroep het andere niet en de ene deformatie de ander niet. De verplichte bezoekjes aan de buitenlandse bloembinderijen waren weliswaar niet altijd leuk, maar niet meer dan dat. De kritische blik van de schilder op de babykamer is hoogstens irritant voor zijn vrouw. En voor de tandarts leidt het slechte gebit van de juf slechts een beetje af van het gesprek. Onschuldige gevolgen van een vertekend wereldbeeld. Werken in de gehandicaptenzorg betekent omgaan met afwijkend gedrag. We proberen het te verklaren, te reguleren en te voorkomen. Ook mijn wereldbeeld is vervormd; een wereldbeeld waarin afwijkend gedrag centraal staat. Een minder onschuldige vorm van beroepsdeformatie; zo is gebleken.

Mijn zoontje praat vijf kwartier in een uur. Van het moment dat hij opstaat totdat hij naar bed gaat is hij doorlopend aan het woord. Zijn oma ziet een gezellig kind; ik zie ADHD. Toen hij twee was raakte hij ooit in paniek van het gras onder zijn voeten. Ik dacht: autisme? Soms wordt hij ontzettend boos, accepteert hij geen 'nee' en lijkt mijn reactie geen enkele indruk te maken. Mijn eerste gedachte: ODD. Waarom denk ik dat? Is dat uitsluitend beroepsdeformatie? Ja en nee. De neiging gedrag te analyseren, compartimenteren en verklaren is een direct gevolg van mijn werk. Het ontbrak mij echter aan een corrigerend referentiekader. Want wat is normaal? Een jongen van dertien die huilt om het gras onder zijn voeten is inderdaad vreemd. Autisme een mogelijke verklaring. Maar bij een kind van twee? Ik had geen idee. In onze omgeving waren wij de eerste met een kind. Voor mij was 'normaal' gedrag de omgang tussen twee volwassenen. Dat was mijn referentiekader. Gedrag dat dáárvan afweek herkende ik op mijn werk en zag ik thuis soms terug bij mijn eigen kind. Een vervormd wereldbeeld zonder corrigerend kader; terugkijkend de bron van veel angsten, zorgen en onjuiste conclusies.

De man in djellaba maakt een vriendelijk gebaar en loopt richting de zandbak. In de zandbak zit zijn zoontje. Het jongetje huilt, schreeuwt en gooit met zand richting andere kinderen. Een antisociale gedragsstoornis? Toekomstig terrorist? Of gewoon een jongetje van vier die zijn emoties nog niet kan reguleren. Een jongetje zoals alle anderen. Een middagje speeltuin. Dat zouden meer mensen moeten doen! 

Ontvang nieuwe columns en essays in uw mailbox. Makkelijk op te zeggen!

CustomisedHeading

hugozwartwit

About the Author: Hugo Trentelman -

Reacties (0)

Plaats reactie

Er zijn nog geen reacties.

RSS feed voor reacties op deze pagina | RSS feed voor alle reacties